Cross

Als er iets afschuwelijks gebeurt, is het niet mijn schuld. Het is midden in de nacht en ik loop door het huis om dingen te controleren, om er zeker van te zijn dat alles in orde is. Ik kom slaap te kort. Ik controleer de thermostaat, de deuren, de rookmelder. Ik denk aan een inbreker. Die zou de veranda opkomen, de deurknop omdraaien en mijn huis binnengaan. Hij zou dingen meenemen: de televisie, de video, het zilver, mijn sieraden, dingen die ik door de jaren heen heb verzameld. Verzameld als symbolen van mijn huwelijk, dingen die het huwelijk soms lijken te vormen. Ik zou hem helpen bij het pakken. Hij zou de dingen meenemen die mij maken wie ik ben, en dan zou ik iemand anders kunnen zijn.

(De veiligheid der dingen, A.M. Homes)